Werkstraf en rijverbod voor jonge bestuurder na positieve drugstest: analyse van ouderlijke aansprakelijkheid
Samenvatting van de Zaak
Situatie
In dit vonnis van de Politierechtbank Antwerpen werd een jonge bestuurder, [PERSOON A], vervolgd voor het besturen van een voertuig onder invloed van drugs. De feiten vonden plaats op [DATUM X] in [GEMEENTE X], waar bij een controle via een speeksel- of bloedanalyse werd vastgesteld dat de bestuurder een verboden stof in zijn organisme had die de wettelijke drempel overschreed, een inbreuk op artikel 37bis van de Wegverkeerswet.
Geschil
Het Openbaar Ministerie vorderde een veroordeling op basis van de vastgestelde feiten. De beklaagde, bijgestaan door zijn advocaat, betwistte de feiten niet maar verzocht de rechtbank om de oplegging van een werkstraf als hoofdstraf. De ouders van de beklaagde, [PERSOON B] en [PERSOON C], werden eveneens in de zaak betrokken als burgerrechtelijk aansprakelijke partijen, gezien de beklaagde ten tijde van de feiten vermoedelijk minderjarig was. Eén ouder verscheen ter zitting, de andere liet verstek gaan. De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen. Bij de straftoemeting hield de rechter rekening met de ernst van de feiten, maar ook met de persoonlijkheid van de beklaagde en de doelstellingen van de straf, zoals rehabilitatie en maatschappelijke afkeuring. De rechtbank willigde het verzoek van de verdediging in en legde een werkstraf van 50 uren op, die als een constructieve en vormende sanctie werd beschouwd. Voor het geval de werkstraf niet wordt uitgevoerd, werd een subsidiaire geldboete van € 1.600 voorzien. Daarnaast werd de beklaagde een verplicht verval van het recht tot sturen van één maand opgelegd, samen met de gebruikelijke bijdragen aan het Slachtofferfonds en het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand, en de gerechtskosten.
Beslissing
Cruciaal in deze zaak is dat de rechtbank de ouders hoofdelijk burgerrechtelijk aansprakelijk verklaarde voor de gerechtskosten en, belangrijker nog, voor de subsidiaire geldboete die verschuldigd zou zijn bij niet-uitvoering van de werkstraf. Deze beslissing steunt op artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek, dat een vermoeden van aansprakelijkheid vestigt op ouders voor de schade veroorzaakt door hun minderjarige kinderen.
Relevante Juridische Tools
Bereken zelf uw situatie met onze gratis tools:
Kernpunten
- 1Rijden onder invloed van drugs wordt bestraft op basis van de loutere aanwezigheid van de stof boven de wettelijke drempel, ongeacht de concrete invloed op de rijvaardigheid.
- 2Een werkstraf is een volwaardige hoofdstraf die vaak wordt opgelegd aan jonge daders met een opbouwend en vormend doel.
- 3Bij een veroordeling voor rijden onder invloed van drugs is een verval van het recht tot sturen van minstens één maand verplicht.
- 4Ouders zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de geldboetes en kosten van hun minderjarige kinderen, inclusief de subsidiaire geldboete bij niet-uitvoering van een werkstraf.
Juridische Analyse
Inleiding: Rijden onder invloed van drugs en de juridische gevolgen
Dit vonnis van de Politierechtbank Antwerpen behandelt een klassiek, doch ernstig verkeersmisdrijf: rijden onder invloed van drugs. De zaak is juridisch interessant door de combinatie van de strafrechtelijke sanctionering van de jonge bestuurder en de burgerrechtelijke aansprakelijkheidsstelling van diens ouders. De rechtbank kiest voor een werkstraf als hoofdstraf, wat de pedagogische functie van het strafrecht benadrukt, maar koppelt hier een verplicht rijverbod en een aanzienlijke subsidiaire geldboete aan, waarvoor de ouders borg staan.
Analyse van de tenlastelegging en de strafmaat
Het misdrijf: Nultolerantie voor drugs in het verkeer
De beklaagde werd veroordeeld op basis van artikel 37bis, §1, 1° van de Wegverkeerswet (Wet van 16 maart 1968). Dit artikel stelt het besturen van een voertuig strafbaar wanneer een speeksel- of bloedanalyse de aanwezigheid van bepaalde drugs (zoals THC, cocaïne, amfetamines, etc.) boven een vastgelegde grenswaarde aantoont.
Het is belangrijk te benadrukken dat dit een zogenaamd 'abstract gevaarsdelict' is. Het openbaar ministerie hoeft niet te bewijzen dat de bestuurder effectief verminderd rijvaardig was. De loutere vaststelling van de aanwezigheid van de stof boven de wettelijke drempel volstaat voor een veroordeling. Dit principe wordt vaak omschreven als een 'nultolerantiebeleid'.
De bewijsvoering verloopt via een strikte procedure, vastgelegd in de artikelen 62ter (speekselanalyse) en 63 (bloedanalyse) van dezelfde wet. Een positieve initiële speekseltest leidt tot een analyse die als wettelijk bewijs dient in de rechtbank. In deze zaak was dit bewijs voorhanden en werd het niet betwist.
De straf: Een combinatie van pedagogie en repressie
De rechtbank legt een gedifferentieerd strafpakket op, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden:
- De werkstraf als hoofdstraf: Conform het verzoek van de verdediging legt de rechtbank een werkstraf van 50 uur op. Op basis van artikel 37ter van het Strafwetboek is de werkstraf een autonome hoofdstraf. De rechter motiveert deze keuze door te verwijzen naar het "opbouwend en vormend doel" en de mogelijkheid om de beklaagde "aan te zetten tot nadenken en een groter normbesef". Dit is een courante praktijk, zeker bij jonge daders zonder zwaar strafrechtelijk verleden, waarbij de focus meer op re-integratie dan op loutere bestraffing ligt.
- Het verplichte verval van het recht tot sturen: De rechtbank legt een rijverbod van één maand op. Dit is geen keuze, maar een verplichting. Artikel 38, §1, 5° van de Wegverkeerswet schrijft voor dat bij een veroordeling op basis van artikel 37bis een verval van het recht tot sturen van minstens één maand en hoogstens vijf jaar (of levenslang) moet worden uitgesproken. De rechter koos hier voor de wettelijke minimumduur, wat kan wijzen op een milde beoordeling, mogelijk rekening houdend met de jeugdige leeftijd van de beklaagde.
- De subsidiaire geldboete: De werkstraf wordt gekoppeld aan een vervangende geldboete van € 1.600 (€ 200 x 8 opdeciemen). Dit fungeert als een 'stok achter de deur': indien de beklaagde de werkstraf niet (volledig of correct) uitvoert, wordt deze omgezet in een betaalplicht.
De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de ouders
Wettelijke grondslag: Artikel 1384 Burgerlijk Wetboek
Een centraal element in dit vonnis is de veroordeling van de ouders, [PERSOON B] en [PERSOON C], als burgerrechtelijk aansprakelijke partijen. De juridische basis hiervoor is artikel 1384, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek, dat stelt: "De vader en de moeder zijn aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door hun minderjarige kinderen."
Dit artikel vestigt een dubbel weerlegbaar vermoeden ten laste van de ouders:
- Een vermoeden van fout in het toezicht.
- Een vermoeden van fout in de opvoeding.
Om aan deze aansprakelijkheid te ontsnappen, moeten de ouders bewijzen dat zij geen fout hebben gemaakt in zowel het toezicht als de opvoeding, wat in de praktijk zeer moeilijk is. In dit vonnis werd dit bewijs niet geleverd (één ouder was zelfs afwezig), waardoor de rechtbank de aansprakelijkheid bevestigde.
Omvang van de aansprakelijkheid: Kosten en subsidiaire boete
De rechtbank verklaart de ouders aansprakelijk voor de kosten en de subsidiaire geldboete. Dit is een cruciale nuance. De ouders zijn niet aansprakelijk voor de uitvoering van de werkstraf zelf, aangezien dit een persoonlijke straf (poena personalis) is. Ze zijn evenmin aansprakelijk voor de bijdrage aan het Slachtofferfonds, die als een strafrechtelijke boete wordt beschouwd. De aansprakelijkheid voor de geldboete is specifiek geregeld in artikel 67 van de Wegverkeerswet.
De veroordeling tot betaling van de subsidiaire boete betekent dat als de minderjarige zijn werkstraf niet uitvoert, de financiële gevolgen daarvan verhaald kunnen worden op de ouders. Dit creëert een sterke incentive voor de ouders om erop toe te zien dat hun kind de opgelegde werkstraf effectief presteert.
Praktische implicaties en tips
- Voor ouders van minderjarige bestuurders: Wees u bewust van uw potentiële financiële aansprakelijkheid voor verkeersinbreuken van uw kinderen. Een familiale verzekering dekt doorgaans geen strafrechtelijke boetes. Het is raadzaam om aanwezig te zijn op de zitting om uw belangen te verdedigen, hoewel het weerleggen van het aansprakelijkheidsvermoeden moeilijk blijft.
- Voor jonge bestuurders: De gevolgen van een verkeersmisdrijf zijn niet louter persoonlijk. Naast een strafblad, rijverbod en werkstraf, kunnen de financiële consequenties ook uw ouders treffen. Dit vonnis illustreert dat de rechtbank een werkstraf als een kans ziet, maar dat het niet-nakomen ervan leidt tot een aanzienlijke geldboete.
- Voor juridische professionals: Bij de verdediging van een minderjarige is het essentieel om de burgerrechtelijk aansprakelijke ouders correct te dagvaarden. De strategie kan erin bestaan om primair een werkstraf te bepleiten, wetende dat de subsidiaire geldboete een zware last kan vormen voor het gezin. Het is belangrijk de ouders duidelijk te informeren over de reikwijdte van hun aansprakelijkheid.
Toegepaste Wetsartikelen
Art. 37bis §1, 1°
Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer
Rijden onder invloed van drugs
Art. 38 §1, 5°
Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer
Verplicht verval van het recht tot sturen
Art. 67
Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer
Burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor boetes en kosten
Art. 37ter
Strafwetboek
Werkstraf als autonome straf
Art. 1384, al. 2
Burgerlijk Wetboek
Aansprakelijkheid van ouders voor minderjarige kinderen
Vergelijkbare situatie?
Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten.
Gerelateerde Zaken
Alle rechtspraakRijden onder invloed van amfetamine: Politierechter legt dubbele sanctie op van rijverbod en ongeschiktheid tot sturen
Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde
2 jan 2026
Aanrijding in fietszone: Veroordeling voor inhalen, maar schadeclaim slachtoffer afgewezen wegens gebrek aan bewijs
Politierechtbank West-Vlaanderen - Afdeling Brugge
7 jan 2026
Opgevoerde bromfiets leidt tot zware veroordeling: analyse van de juridische valkuilen
Politierechtbank Brugge
18 dec 2025