Terug naar Rechtspraak
    Burgerlijk Recht
    Vordering afgewezen

    Uitvoerbaarheid bij Voorraad in Hoger Beroep: Een Kansloze Missie na Potpourri V

    Mr. Peter-Jan De MeulenaereVredegerecht Brugge26 juni 2024459 weergaven
    Delen:
    burgerlijk procesrechthoger beroepuitvoerbaarheid bij voorraaddwangsompotpourri vburenrechtbevoegdheid

    Samenvatting van de Zaak

    Situatie

    Dit vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, behandelt een hoger beroep in een burenruzie. De oorspronkelijke zaak voor het Vredegerecht betrof een vordering van de geïntimeerden tegen de appellante ([PERSOON A]) wegens hinder door overhangende takken en een te hoge haag. De vrederechter had de vordering gegrond verklaard en [PERSOON A] veroordeeld tot het snoeien van de bomen en het inkorten van de haag, op straffe van een dwangsom van €350 per dag vertraging. Het vonnis werd, zoals de wet voorschrijft, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

    Geschil

    [PERSOON A] stelde hoger beroep in en vorderde in een inleidende zitting specifiek de opheffing, minstens de opschorting, van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het bestreden vonnis. Subsidiair vroeg ze de opheffing of opschorting van de opgelegde dwangsom. De appellante argumenteerde dat de tenuitvoerlegging haar onherstelbare schade zou berokkenen en baseerde zich op oudere rechtspraak die in uitzonderlijke gevallen een schorsing toeliet. De rechtbank van eerste aanleg wijst alle vorderingen van de appellante af. De rechter oordeelt dat de mogelijkheid om in hoger beroep de uitvoerbaarheid bij voorraad aan te vechten, sinds de Potpourri V-wet van 2017 zeer beperkt is. De hoofdregel is dat vonnissen uitvoerbaar zijn niettegenstaande beroep. Een appelrechter kan enkel tussenkomen wanneer de eerste rechter expliciet is afgeweken van de wettelijke regels omtrent uitvoerbaarheid, wat hier niet het geval was. De vrederechter had louter de standaardregel toegepast. De rechtbank stelt expliciet dat oudere cassatierechtspraak die een mildering van dit principe toeliet, niet langer van toepassing is na de wetswijziging.

    Beslissing

    Wat de dwangsom betreft, oordeelt de rechtbank dat er geen reden is om deze op te heffen. Voor de vordering tot opschorting van de looptijd van de dwangsom verklaart de rechtbank zich onbevoegd. Op basis van artikel 1385quinquies Ger.W. en rechtspraak van het Benelux Gerechtshof moet een dergelijke vordering worden gericht aan de rechter die de dwangsom heeft opgelegd, in casu de vrederechter. Het hoger beroep van [PERSOON A] op dit procedurele punt is dus volledig ongegrond.

    Uitkomst:
    Vordering afgewezen

    Kernpunten

    • 1Hoger beroep schorst de tenuitvoerlegging van een vonnis in principe niet meer sinds de Potpourri V-wet.
    • 2Een appelrechter kan de uitvoerbaarheid bij voorraad enkel herzien als de eerste rechter expliciet afweek van de standaardregel, wat zelden gebeurt.
    • 3Een verzoek tot opschorting van de looptijd van een dwangsom moet gericht worden aan de rechter die de dwangsom oplegde, niet aan de appelrechter.
    • 4Oudere rechtspraak die een schorsing van de tenuitvoerlegging toeliet, is niet langer van toepassing na de wetswijzigingen van Potpourri V.
    • 5Het is cruciaal om argumenten tegen uitvoerbaarheid bij voorraad reeds in eerste aanleg aan te voeren.

    Juridische Analyse

    De Kern van de Zaak: Uitvoerbaarheid bij Voorraad in Hoger Beroep na Potpourri V

    Dit vonnis is een schoolvoorbeeld van de strikte toepassing van de regels inzake de uitvoerbaarheid bij voorraad sinds de Wet Potpourri V van 6 juli 2017. De centrale vraag is niet de grond van de burenruzie, maar wel of een partij die in eerste aanleg veroordeeld werd, de tenuitvoerlegging van dat vonnis kan tegenhouden in afwachting van de uitspraak in hoger beroep.

    Het Principe: Geen Schorsende Werking van Hoger Beroep

    Vóór de Potpourri-wetten had hoger beroep in burgerlijke zaken in principe een schorsende werking. Een vonnis kon pas worden uitgevoerd nadat de beroepstermijn was verstreken of de zaak in beroep was beslecht, tenzij de rechter de 'uitvoerbaarheid bij voorraad' expliciet toestond. De wet van 19 oktober 2015 (Potpourri I), verfijnd door Potpourri V, keerde dit principe om.

    De huidige regel, verankerd in artikel 1397, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.), stelt dat eindvonnissen van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad zijn, niettegenstaande hoger beroep en zonder borgstelling, tenzij de wet of de rechter anders bepaalt. Dit betekent dat de winnende partij in eerste aanleg het vonnis onmiddellijk kan laten uitvoeren, zelfs als de tegenpartij in beroep gaat.

    Analyse van de Juridische Redenering van de Rechtbank

    De Strikte Interpretatie van Artikel 1402 en 1066 Ger.W.

    De appellante probeerde deze onmiddellijke uitvoerbaarheid te doorbreken door de opheffing of schorsing ervan te vragen aan de appelrechter. De rechtbank wijst dit kordaat af op basis van een gedetailleerde analyse van de relevante wetsartikelen.

    De rechtbank citeert artikel 1402 Ger.W.: "Onverminderd de toepassing van artikel 1066, tweede lid, 6°, kunnen de rechters in hoger beroep in geen geval de tenuitvoerlegging van de vonnissen verbieden of doen schorsen, zulks op straffe van nietigheid."

    Dit artikel stelt een quasi-absoluut verbod in voor de appelrechter om de uitvoering te schorsen. De enige uitzondering is de verwijzing naar artikel 1066, tweede lid, 6° Ger.W. Dit artikel voorziet een versnelde procedure (kort debat) voor een hoger beroep tegen een beslissing "waarvan de voorlopige tenuitvoerlegging uitdrukkelijk is toegestaan of geweigerd".

    De rechtbank redeneert glashelder: de vrederechter heeft de uitvoerbaarheid bij voorraad niet 'uitdrukkelijk toegestaan'. Hij heeft louter de wettelijke standaardregel van artikel 1397 Ger.W. laten spelen. Er was dus geen afwijkende, met bijzondere redenen omklede beslissing waartegen de appellante kon opkomen via de procedure van artikel 1066 Ger.W. Bijgevolg geldt het absolute verbod van artikel 1402 Ger.W. en is de vordering tot opheffing of schorsing onontvankelijk, minstens ongegrond.

    De Afwijzing van Oudere Cassatierechtspraak

    Een zeer belangrijk aspect van dit vonnis is de expliciete verwerping van oudere rechtspraak van het Hof van Cassatie. Vóór Potpourri V aanvaardde het Hof dat de appelrechter de uitvoering toch kon schorsen, niet op basis van opportuniteit, maar wel als de regelmatigheid van de beslissing tot uitvoerbaarheid werd betwist. De rechtbank oordeelt dat deze rechtspraak achterhaald is:

    "Naar het oordeel van deze rechtbank kan thans, dit is na de wijziging van de artikelen 1402 en 1066,6° Ger.W. door Potpourri V, de rechtspraak van het Hof van Cassatie [...] niet langer worden gehandhaafd. De artikelen [...] werden immers door Potpourri V ingrijpend gewijzigd [...], zonder dat de voormelde cassatierechtspraak werd opgepikt, terwijl het niet de taak van de rechtbank kan zijn om contra legem te oordelen."

    Dit is een krachtig signaal dat de wil van de wetgever om de uitvoerbaarheid te veralgemenen en beroepsprocedures niet langer als vertragingsmanoeuvre te laten gebruiken, strikt moet worden gevolgd.

    De Dwangsom: Accessorium en Bevoegdheid

    De rechtbank behandelt de vorderingen omtrent de dwangsom eveneens afwijzend. De vordering tot opheffing wordt als ongegrond beschouwd. De rechtbank weerlegt de feitelijke argumenten van de appellante (bv. over het snoeiseizoen) en merkt op dat haar gedrag (twee maanden wachten om een vergunning aan te vragen) de noodzaak van een dwangsom net aantoont.

    Voor de vordering tot opschorting van de looptijd van de dwangsom, verklaart de rechtbank zich materieel onbevoegd. Ze verwijst correct naar artikel 1385quinquies Ger.W., dat bepaalt dat de rechter die een dwangsom heeft opgelegd, op verzoek van de veroordeelde de dwangsom kan opheffen, de looptijd ervan kan opschorten of de dwangsom kan verminderen. De appellante had zich dus tot de vrederechter moeten wenden, niet tot de appelrechter.

    Praktische Implicaties en Aanbevelingen

    Voor de Verliezende Partij in Eerste Aanleg

    • Het instellen van hoger beroep is geen excuus om een vonnis niet uit te voeren. U moet de veroordeling naleven, anders riskeert u dwangsommen en uitvoeringsmaatregelen door een gerechtsdeurwaarder.
    • Wilt u de uitvoerbaarheid bij voorraad vermijden? Dan moet u dit argument al in eerste aanleg opwerpen en de rechter vragen om, bij met bijzondere redenen omklede beslissing, de uitvoerbaarheid uit te sluiten. De kans op succes is klein, aangezien uitvoerbaarheid de regel is.
    • Een poging om de uitvoerbaarheid in hoger beroep aan te vechten is, zoals dit vonnis aantoont, nagenoeg kansloos tenzij de eerste rechter een expliciete, afwijkende beslissing nam.

    Voor de Winnende Partij in Eerste Aanleg

    • U hoeft niet te wachten op de uitkomst van het hoger beroep. U kan het vonnis onmiddellijk laten betekenen en de uitvoering ervan afdwingen.
    • Dit vonnis biedt sterke munitie om eventuele pogingen van de tegenpartij om de uitvoering te frustreren, te counteren.

    Tips voor de Advocaat

    • Wees uiterst precies in de formulering van uw vorderingen. De 'cascade' van vorderingen ('in hoofdorde', 'in ondergeschikte orde') kan ertoe leiden dat de rechter niet toekomt aan de behandeling van uw meest subsidiaire eisen.
    • Baseer uw argumentatie niet op rechtspraak van vóór de Potpourri-wetten met betrekking tot de schorsing van de tenuitvoerlegging. Zoals de rechtbank hier aangeeft, is die rechtspraak achterhaald.
    • Dien uw vorderingen in bij de correcte instantie. Een vordering op basis van art. 1385quinquies Ger.W. (wijziging dwangsom) hoort thuis bij de rechter die de dwangsom oplegde, niet bij de appelrechter die oordeelt over de grond van de zaak.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 1066, tweede lid, 6°

    Gerechtelijk Wetboek

    Regelt de procedure van korte debatten voor hoger beroep tegen een expliciete beslissing over voorlopige tenuitvoerlegging.

    Art. 1385quinquies

    Gerechtelijk Wetboek

    Bevoegdheid van de rechter die een dwangsom oplegde om deze op verzoek te wijzigen, op te schorten of op te heffen.

    Art. 1397

    Gerechtelijk Wetboek

    Stelt de uitvoerbaarheid bij voorraad van eindvonnissen als de algemene regel.

    Art. 1402

    Gerechtelijk Wetboek

    Verbiedt de appelrechter om de tenuitvoerlegging van vonnissen te schorsen, behoudens de uitzondering van art. 1066.

    Vergelijkbare situatie?

    Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten.